Rackets: de eigenschappen
De belangrijkste specificaties die het meest de speelbaarheid van een racket beïnvloeden zijn: - lengte
- balanspunt
- flexibiliteit
- buigpunt
- gewicht
- vorm
- luchtweerstand
- gripmaat
Hoewel deze factoren soms dezelfde invloed hebben op het 'gedrag' van een racket, zijn er toch steeds kleine verschillen of andere nadelen. We bespreken elke eigenschap hieronder op zich, zonder rekening te houden dat bijvoorbeeld een langere racket ook een ander buigpunt zal hebben of een hogre flexibiliteit. Lengte
Hoe langer een racket, hoe zwaarder het zal aanvoelen, maar hoe meer snelheid de kop heeft bij een gelijke handsnelheid. Kortere rackets hebben echter meestal een beter gevoel, gezien ze in z'n totaal gezien stijver zijn, en het raken van de pluim meer invloed zal hebben op het totale frame en niet enkel op een punt ver van de hand. Balanspunt
Hoe meer het balanspunt naar de grip ligt, hoe sneller je je racket kan bewegen naar een andere positie (reflexen). Hoe meer het balanspunt naar de kop ligt, hoe meer energie kan overgebracht worden naar deze shuttle en hoe stabieler het racket. Door de hefboomwerking zal een racket met een balanspunt ver van de grip zwaarder aanvoelen. Bij dezelfde zwaarsnelheid van de kop zal echter op die plaats meer gewicht bewogen worden en dus meer energie opgewekt worden. Flexibiliteit
Hoe flexibeler het racket, hoe meer er een soort van 'zweepslag' gegenereerd wordt. Hoe stijver het racket, des te meer je de shuttle aanvoelt, des te sneller het racket jouw eigen bewegingen volgt en des te hoger de maximale snelheid van het racket zelf ligt. Een flexibel racket ijlt dus een beetje na. De energiewet zegt ook dat hoe meer een voorwerp vervormt, hoe minder energie er omgezet wordt in beweging. Het veer-effect kan leuk zijn voor sommige spelers gezien de energie telkens weer vrij gelijkmatig opgewekt wordt. Bovendien zal een flexibeler racket meer trillingen absorberen en armblessures door schokken tegengaan. Ook belangrijk te weten is dat een racket dat makkelijker buigt ook een lichtjes andere hoek zal maken ten opzichte van de shuttle. Daardoor dien je iets verder achter de shuttle te staan. Flexibele rackets zijn tenslotte beter bestand tegen breuk, maar geven minder controle omdat ze zélf meer beïnvloed worden door de impact van de shuttle. Buigpunt
Hoe meer het buigpunt naar de grip ligt, hoe meer snelheid er in de kop kan liggen en hoe meer het racket een 'verlengde' vormt van je hand. Hoe meer het buigpunt naar de kop ligt, hoe meer gevoel je hebt in de shuttle. Het buigpunt is sterk verbonden met de flexibiliteit van een racket. Een buigpunt dat erg dicht bij de kop ligt zal een krachtigere racket opleveren, maar het racketblad op zich zal meer kantelen en een grotere hoek maken met de shuttle. Het buigpunt beinvloed de kracht van de speler, maar voor een bepaald buigpunt is ook een bepaalde timing nodig en een bepaalde handsnelheid. Gewicht
Hoe zwaarder een racket, hoe meer energie je kan overbrengen op de shuttle bij een gelijke zwaaisnelheid en hoe stabieler het racket is. Hoe lichter een racket, hoe meer je de shuttle aanvoelt, hoe sneller je je racket kan bewegen naar een andere positie (reflexen) en hoe minder kracht je nodig hebt. Een zwaarder racket is minder gevoelig ook voor schokken, maar kan andere klachten veroorzaken doordat het voor de spierkracht van de speler té zwaar is om snelle bewegingen te maken. Een lichter racket zal ook de neiging geven meer polsbewegingen te slaan. Vorm
Hoe rechthoekiger het racket, hoe groter de sweet spot, dus hoe minder precies je de shuttle moet raken met het midden van je racketblad. Hoe ronder het racketblad, hoe groter de maximale kracht is die je kan ontwikkelen bij het raken van de shuttle. Luchtweerstand
Hoe lager de luchtweerstand, hoe sneller je het racket kan zwaaien. Ook het aantal snaren en de dikte ervan beïnvloeden de luchtweerstand van een racket. Gripmaat
De bedoeling van de grip is om een comfortabele, natuurlijke grip van de hand op de racket te hebben. Een té kleine grip geeft aanleiding tot harder knijpen, omdat de grip in de hand makkelijker kan draaien. Dat knijpen veroorzaakt door de spierspanning ook een minder beweeglijke arm, waardoor je bij harde slagen veel minder controle hebt over de richting van de shuttle. Door het makkelijker (laten) draaien van de grip kan men wel sneller de positie van de hand op de racket wijzigen en heeft met dus meer controle over de positie van het racketblad bij precisiespel. Als een te dunne grip ook werkelijk gaat draaien bij het slaan loop je bovendien risico op beschadigde huid zoals blaren. Een té grote grip heeft eenzelfde effect op het knijpen met de hand. Men heeft minder het gevoel het handvat te omsluiten en zal dat compenseren door het harder vast te grijpen. De meeste bij gebruik van een te grote grip komen echter voort uit het feit dat de armspieren zich anatomisch gezien niet op een ideale positie bevinden en dus veel sneller vermoeid raken. Last aan voornamelijk de pols (die minder stabiel is bij een kleinere grip), gecombineerd met een pijnlijke elleboog is hier de meest voorkomende klacht. Zowel een te grote als te kleine grip kunnen klachen in zowel elleboog als pols veroorzaken. Het is dus beter niet te veel af te wijken van de ideale gripmaat. Ten opzichte van een ideale gripmaat geeft een iets grotere grip meer kracht (de hand- en voorarmspieren hebben iets meer bewegingsvrijheid), terwijl een iets dunnere grip meer controle geeft (makkelijker draaien van de racket en meer omsluitend gevoel). Ideale gripmaat bepalen
De ideale gripmaat kan je bepalen door de racket op een normale, ontspannen manier de racket vast te nemen, met de vingers een beetje uit elkaar. Er dient engeveer anderhalve tot twee centimeter ruimte te zijn tussen de toppen van de vingers en de muis van de hand (duimspier). Een andere manier is om de afstand te meten van de top van de ringvinger tot het midden van de palm van uw hand. Dit zal ongeveer gelijk zijn aan de omtrek van uw ideale gripmaat. Onthoud hierbij: als je tussen twee maten valt, neem dan de grootste, omdat die minder kans geeft op armblessures ten gevolge van continu gespannen voorarmspieren.
|