Snaren: kracht en gevoel



Er valt er veel te zeggen over een besnaring, en naar we merken zijn er ook veel misverstanden ontstaan doorheen de tijd.  Alleszins: een besnaring is persoonlijker dan een racket.

Kracht: hard of zacht?

In tegenstelling tot het algemene 'geloof' kan je harder slaan met een zachtere besnaring.  Dit wél op voorwaarde dat de snaren niet onderling gaan verschuiven.  Dat wil niet zeggen dat het verschuiven van snaren een teken is dat je bespanning te zacht is of je kracht verliest, maar wel dat je kracht niet 100% omgezet wordt naar de shuttle toe.  De reden van dit alles is het trampoline effect: in een snaar die niet hard is opgespannen zit nog meer 'rek'.

Een harde bespanning geeft dan weer meer controle en meer gevoel.  Let ook weer op dat dit relatief is.  Met 'meer controle' wordt bij de hardheid van je bespanning gedoeld op: zal de shuttle nog steeds hetzelfde traject volgen als je hem uit het centrum van je racketblad slaat dan wanneer je hem perfect in het middel zou raken?  Als je een shuttle raakt dicht bij je frame, zal de snaar namelijk minder 'rekken' aan de kant van het frame dan aan de andere kant.  Het door de shuttle ingeduwde snaaroppervlak zal dan schuin komen te liggen, en dit zorgt ervoor dat de shuttle een andere richting opgaat.


Gevoel: hard of zacht?

Hoe hoger de spanning van een besnaring, hoe meer trillingen en 'fijne details' hij zal doorgeven aan het racket.  Dat heeft zijn effect tijdens het spel: je zal meer voelen of je de shuttle goed raakt, en je zal aan de hand van de trillingen meer kunnen inschatten of je de shuttle zacht dan wel hard raakt, en of je mooi in de 'sweetspot' hebt geslagen.  Dit alles werpt zijn vruchten af gezien je meer te weten komt over je techniek en je racket, en je zal automatisch een preciezere techniek ontwikkelen en meer 'feeling' hebben met de shuttle.  Gezien het beperkte bewegen / rekken van de snaren bij het raken van de shuttle heb je ook een constantere en betere response van je racket.

Als je techniek niet optimaal is en je raakt regelmatig shuttles buiten het midden van je racket, dan heb je alle voordeel met een zachtere besnaring.  Die is namelijk meer vergevingsgezind en ook aan de rand van het frame zal er nog steeds wat 'rek' in de snaren zitten.  Als je met een erg harde bespanning een shuttle raakt aan de rand van je frame zal die een stuk minder snelheid hebben en je racket zal op die plaats 'doods' aanvoelen.


Term: repulsie (repulsion / resilience)

Een van de voornaamste eigenschappen van een snaar is het gevoel dat je hebt als je de shuttle goed raakt.  We veronderstellen immers dat dat in het merendeel van de gevallen zo is.  Bij sommige snaren lijkt het wel alsof jouw slag enorm versterkt wordt, andere snaren geven een gevoel dat je hoe hard je ook slaat, de shuttle niet echt harder gaat.  Dit is de 'repulsie' van een snaar.  De mate waarin een snaar de shuttle lijkt 'af te schieten' als je slaat.


Type snaren

Als je niet tevreden bent met alle resultaten die een zachtere of hardere bespanning levert, is het misschien een goed idee om eens te kijken naar het type snaren dat je gebruikt.  Niet alle snaren geven dezelfde 'repulsie' of dezelfde uiteindelijke kracht.  Sommige snaren zijn ruw en kunnen meer controle geven bij het 'slicen' of 'kappen' van de pluim terwijl ze ook beter blijven zitten ten opzichte van elkaar, andere snaren zijn dan weer dunner en geven meer gevoel door.  Je kan dus veel meer doen dan enkel de bespanning variëren.


Dikte van de snaren

Het belangrijkste fysieke kenmerk van een snaar is zijn dikte (diameter).  De kenmerken van een snaar kunnen sterk beïnvloed worden hierdoor.  De afmetingen die hiervoor gebruikt worden zijn uitgedrukt als 'Gauge':

200.80 tot 0.90mm
20 micro0.78 tot .082mm
210.70 tot .080mm
21 micro0.68 tot .072mm
220.60 tot .070mm

Ja, een dikkere snaar gaat langer mee dan een dunnere snaar (van hetzelfde materiaal, dezelfde constructie,...).  Bij elke slag worden de snaren op elkaar gedrukt en dat zorgt ervoor dat ze langzaam in elkaar snijden.  Tot ze breken.  Een andere mogelijke reden dat snaren breken is een 'misshit'.  Door de shuttle hard en dicht bij het frame te raken komt alle kracht te staan op het korte stukje snaar tussen raakpunt en frame.  De 'rek' in de snaar is dan niet voldoende om dat op te vangen en de snaar breekt.

Is een dikkere snaar dan altijd beter?  Nee.  Dunnere snaren moeten minder hard opgespannen worden gezien de spanning wordt verdeeld over een kleinere diameter.  Er zit ook wat meer 'rek' in de snaar omdat ze minder weerstand biedt (kleinere diameter), waardoor je meer kracht krijgt.  Je hebt dus ook meer controle voor dezelfde spanning, of meer kracht voor dezelfde controle (lagere spanning).  Uiteindelijk is het ook makkelijker om een racket te bespannen met dunnere snaren: ze gaan makkelijker door de gaatjes in het frame (de plastic grommets).

Dat wil ook weer niet zeggen dat een dunnere snaar altijd beter is: als je zoekt naar duurzaamheid, of een bepaalde andere karakteristiek, of je houdt niet van de metalige harde gevoel van een dunnere snaar, dan is een dikkere snaar de goede keuze voor jou.


Constructie van de snaar

Op een technischer vlak heb je de samenstelling van een snaar.  De meeste snaren zijn op dit moment opgebouwd uit verschillende lagen: het hart van de snaar (opgebouwd uit ettelijke dunne polymeer-draadjes of filamenten - bepalen elasticiteit en duurzaamheid) en de huls (buitenste deel van de snaar - beschermt de snaar tegen mechanische schade en bepaalt de ruwheid van de snaar).  Daarrond zit ook vaak een coating om te beschermen tegen vocht / makkelijker te kunnen besnaren.